Richard & Shanice – Nick & Charlene (382)

5
(2)

Shanice bukte en legde Kimberly in haar ledikantje. “Zo en nu gaat Kimberly slapen.”
“Voor het eerst hè, mam?” zei Kathleen.
“Ja,” zei Shanice. “Ze gaat voor het eerst in haar bedje slapen.”
Het was de volgende dag. ‘s Ochtends hadden Freddie en Mary weer afscheid genomen. Ze vonden dat het jonge gezin onder elkaar moest zijn en ze hadden aangegeven dat als ze nodig waren, ze absoluut gebeld moesten worden. Daarna hadden Richard, Shanice en Kathleen de kleine Kimberly opgehaald uit het ziekenhuis. Ze hadden de rest van de ochtend alle drie in aanbidding voor het mooie baby’tje gelegen, terwijl het kleine meisje bij hen op de bank lag. Maar Kimberly had ook rust nodig en om een uur of één brachten ze haar gedrieën voor het eerst naar haar bedje.
“Kan Kimberly dan wel slapen?” vroeg Kathleen ongerust.
“Ja hoor,” zei Richard. “Ze voelt zich veilig.”
“Kijk maar,” zei Shanice. “Ze heeft haar oogjes al dicht.”
“Oh ja,” zei Kathleen. “Kijk eens, Hondje?” Ze duwde haar knuffelhondje over de rand van het ledikantje. “Kimberly slaapt. Papa?”
“Ja, meisje?”
“Hondje is een beetje ziek.”
“Oh ja,” zei Richard, die al lang in de gaten had dat Kathleen zelf slachtoffer was van een verkoudheidje en nogal hoestte.
“Ja,” knikte Kathleen. “”Ikke maak me heel veel zorgen.”
Shanice beet op haar lip om niet in de lach te schieten.
“Dat moet je helemaal niet doen,” zei Richard. “Zorgen maken helpt je niet.”
“Hondje moet naar de dokter, hè,” zei Kathleen.
“Als Hondje echt erg ziek is wel,” zei Richard. “Maar volgens mij is Hondje alleen verkouden.”
Kathleen keek haar knuffelhondje aan. “”Mijn papa is dokter. Dan moet jij naar papa.”
“Piep,” zei Shanice met hoge stem.
“Wat doe jij nu?” vroeg Kathleen verbaasd, terwijl ze haar moeder argwanend aankeek.
“Ik doe niets,” zei Shanice.
“Jawel, jij zei piep!”
“Nee hoor,” zei Shanice. “Dat zei Hondje.”
Kathleen fronste haar wenkbrauwtjes. “Dat doet Hondje nooit.”
“Nooit?” zei Richard.
“Nee,” zei Kathleen terwijl ze peinzend naar Hondje keek. “Dan moet Hondje wel erg ziek zijn, hè.”
Richard trok zijn oudste dochter mee naar de gang. “Laten we eerst eens naar de gang gaan, want anders wordt Kimberly weer wakker.”
“Oh ja en anders gaat Hondje weer piep doen,” zei Kathleen onlogisch.
Richard zakte door zijn knieën en keek zijn dochter aan. Omdat Kathleen veel gevoelens indirect liet blijken via Hondje vond hij zaak het serieus te nemen dat Hondje ziek was. Misschien voelde Kathleen zich zieker dan op het eerste gezicht leek. “Dus Hondje is ziek?”
Kathleen knikte.
“En wat heeft Hondje dan?”
“Buikpijn,” zei Kathleen en ze wees op zijn borst.
Bronchitis, bedacht Richard zich.
“En heel veel bloed,” voegde Kathleen er gewoon maar even aan toe.
“Heel veel bloed?” herhaalde haar vader verbaasd.
“Ja en nou is ie helemaal groen van het héél véél bloed. Net als dat jongetje, weet je wel?”
Richard trok zijn wenkbrauwen op. “Jongetje?”
“Dat jongetje dat tegen die auto was gebotst en toen was er heel veel bloed.”
Richard begreep opeens waarover zijn bijna vierjarige dochter het had. Een paar dagen geleden toen hij en Shanice met Kathleen naar Kimberly was gegaan, was er net een jongetje op de Spoedeisende Hulp binnen gebracht. Het jongetje had onder het bloed gezeten. Kathleen was er nogal van onder de indruk geweest en Richard had haar gezegd dat het jongetje tegen een auto was gebotst maar helemaal beter zou worden.
“Oh ja,” zei hij, omdat hij begreep dat Kathleen deze indrukken moest verwerken en daar ook Hondje voor werd gebruikt. “En dat heeft Hondje nu ook?”
“Ja,” zei Kathleen. “En nu heb ikke… Hondje pijn in zijn buikje.”
Richard nam zijn oudste dochter onderzoekend op. “Dus Hondje heeft pijn in zijn buikje.” Hij wees naar het borstje van zijn dochter. “Heb jij dat ook?”
“Nee Hondje,” zei ze.
“Zal papa even naar je buikje kijken?”
Kathleen schudde wild haar donkere krullen. “Nee.”
Richard zuchtte en kwam overeind. Hij had haar woord niet nodig om te weten dat zijn meisje zich niet zo fit voelde. Maar hij wilde niets forceren en besloot haar vooral in de gaten te houden. Het was vrij normaal dat kinderen allerlei virusjes oppikten, zo bouwden ze weerstand op. En hij was dan ook niet zo van ingrijpen.
“Papa moet wel naar Hondjes buikje kijken,” zei Kathleen.
Richard greep Kathleen’s handje. “Kom dan maar even met papa mee.”
“Gaat papa dan niet naar mijn buikje kijken?” vroeg Kathleen ongerust.
“Nu niet,” stelde Richard haar gerust.
Vader en dochter liepen met Hondje de trap af.

Shanice was zich dit alles niet bewust. Ze was achtergebleven in de kamer van Kimberly.
Ze pakte een stoel, zette deze naast het ledikantje en ging zitten. Onafgebroken keek ze naar haar jongste dochtertje en ze voelde zich heel erg gespannen. Zou het nu allemaal wel goed gaan? Ze was nog zo ongelofelijk klein. Ze was zes weken te vroeg geboren en was nog geen zes weken oud. Maar Martin had hen verzekerd dat Kimberly het leven thuis aan kon. Ze had geen problemen gehad met haar ademhaling, ze kon zichzelf warm houden, ze was over haar grensgewicht heen… Ze hoefde echt niet meer in de couveuse te blijven.

Kathleen gaf Hondje aan Richard en hoestte.
“Gossie,” zei Richard. “Wat hoest Hondje hè?”
“Ja,” zei Kathleen. “Papa moet Hondje beter maken.”
“Ja,” zei Richard en hij pakte de stethoscoop. “Dat moet papa maar doen hè. Heeft Hondje ook pijn?”
“Ja,” zei Kathleen.
“Waar?” vroeg Richard.
“In zijn buikje,” zei Kathleen.
Richard prikte in Kathleen’s buik. “Daar?”
“Nee,” lachte Kathleen en ze hoestte weer.
Richard’s vinger ging naar haar maag. “Daar?”
“Nee,” lachte Kathleen.
Hij wees haar borstje aan. “Daar dan?”
Kathleen knikte.
“Nou, dan moet papa daar maar eens luisteren, hè?”
“Ja,” zei Kathleen. “Bij Hondje hè?”
“En bij jou, wijsneus,” zei Richard. “Je hoest nogal hè.”
“Ik heb niet heel veel bloed hè?” zei ze opeens angstig.
“Zie jij dat dan?” reageerde hij nuchter.
Kathleen moest giechelen. “Nee.”
Richard schoof Kathleen’s hemdje omhoog en luisterde.

Shanice keek naar haar jongste dochtertje en slikte.
Nu was Kimberly dan bij hen thuis. Hier stond geen monitor en er was geen arts die vierentwintig uur over Kimberly waakte.
Shanice’s hart bonkte van angst. Wat als Kimberly wel onderkoeld raakte? Of als ze plotseling stopte met ademhalen? Er moest iemand over haar dochtertje waken. En nu ze niet meer in het ziekenhuis lag moest zij maar over hun kleine meisje waken.

Richard ‘luisterde’ plichtsgetrouw ook bij Hondje en fatsoeneerde daarna de kleding van zijn dochtertje.
“Is Kathleen nu ziek?” vroeg Kathleen ongerust.
“Een klein beetje,” zei Richard die een lichte bronchitis had vastgesteld. Hij vond het niet verontrustend en besloot dat tijmsiroop en Vicks het wel konden oplossen. Hij keek in zijn medicijnkast maar zag beide artikelen niet staan. Hij zuchtte. “Ik denk dat ik even naar de apotheek moet,” zei hij hardop.
“Maar niet naar het ziekenhuis, hè?” zei Kathleen.
“Welnee, malle meid,” zei Richard.
“Hondje ook niet?”
“Hondje ook niet,” zei Richard. “Waar is mama eigenlijk?”
“Dat weet ik heel erg niet,” zei Kathleen ernstig.
“Misschien nog bij Kimberly,” zei Richard.
“Ja,” zei Kathleen. “Ikke zoeken.”
“Wel zachtjes doen, hè?” vroeg Richard.
Kathleen verdween.
Richard moest lachen en ruimde zijn instrumenten op.
Kathleen kwam de praktijkkamer weer binnen stormen.
“Mama is bij Kimberly en Kimberly slaapt.”
“Oh,” zei Richard. “Mama moet nu maar even naar beneden komen want papa moet even naar de apotheek voor hoestdrank.”
“Mama komt niet,” zei Kathleen.
Richard fronste zijn wenkbrauwen. “Mama komt niet?”
“Nee mama zei ik blijf bij Kimberly zitten.”
“Oh,” zei Richard verbaasd. Hij leidde zijn dochtertje uit de praktijkkamer welke hij afsloot. “Ga jij maar even naar de huiskamer. Papa loopt even naar mama.”
De telefoon rinkelde.
Met een zucht nam Richard op. “Hallo?”
“Richie?”
“Justin?” zei Richard verrast.
“Heel goed, big brother,” zei Justin, Richard’s twee jaar jongere broer die een succesvolle advocaat was en ongelukkig in zijn voorspelbare leventje was geweest. Hij was daar uit gestapt en was sindsdien alleen nog maar aan het reizen.
Ze hoorden soms maanden niets van Justin en Richard had hem al jaren niet meer gezien.
“Ik zit bij pa en ma in Brighton en nu ik voor de tweede keer oom ben geworden moet ik maar eens gaan kennis maken met mijn nichtjes. Mag ik?”
“Mag ik?” zei Richard verbijsterd. “ik heb je verdomme al zo’n vijf jaar niet gezien. Wat doe je daar nog? Bel een taxi of wat dan ook en kom hier naar toe.”
Justin lachte. “Stay calm, big brother. Ik kom vanavond pas. Ik ben nu pa aan het helpen met wat schilderwerk aan het huis. Kan ik blijven slapen voor een paar dagen? Je zal geen last van me hebben.”
“Natuurlijk kan dat, broertje,” zei Richard blij. “Tot vanavond dan!”
“See ya,” zei Justin.
Richard legde met een blij gevoel de hoorn neer.

© Marjon 2021

Origineel geschreven  op 25 april 1993 (Richard & Shanice) en herschreven voor //verhalen.op23.nl op muziek van: ABBA (repeat: Cassandra), ABBA (repeat: Soldiers), Lenny Kravitz (repeat: Where are we runnin’)

How useful was this post?

Klik op de hartjes om mij te laten weten dat je het gelezen hebt

Gemiddelde beoordeling 5 / 5. Vote count: 2

Nog geen lezers... Laat het weten

2 gedachten over “Richard & Shanice – Nick & Charlene (382)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *