Richard & Shanice – Nick & Charlene (384)

Toen Richard en Kathleen anderhalf uur later terugkwamen vonden ze Shanice in de keuken.
Ze was met het avondeten bezig en had Kimberly in het wipstoeltje op het kleine tafeltje staan.
“Hallo,” zei ze opgewekt. “Wat bleven jullie lang weg.”
“We hebben een eindje omgelopen,” zei Richard. “Het is heerlijk weer.”
Shanice knikte.
“Ik heb heel veel gelopen,” zei Kathleen. Ze liep naar het wipstoeltje. “Dag Kimberly.”
Kimberly zwaaide met twee armpjes.
Kathleen lachte. “Kimberly zegt gedag.”
“Ze kan toch niet praten,” zei Shanice verwonderd.
“Ze zegt gedag met haar handjes,” zei Kathleen verontwaardigd.
“Oh,” zei Shanice.
“Mama?”
“Ja, meisje?”
“Ik ben een beetje ziek en ik krijg hoestdrank.”
Shanice knikte. “Als jij maar braaf je hoestdrank neemt komt het weer goed, hè.”
“Ja,” zei Kathleen. “Ik ga tekenen.”
Ze stoof weg.
Shanice ging zwijgend verder met het eten.
“Wat maak je?” vroeg Richard.
“Lasagne.”
“Lekker,” zei hij.
Ze moest lachen. “Dat moet je maar afwachten.”
“Ik heb er alle vertrouwen in,” zei Richard. Hij kietelde Kimberly onder haar kinnetje. “Dag meisje. Ga jij alvast de kookkunst van je mama afkijken?”
Kimberly zwaaide met een knuistje. En toen met de andere.
Vertederd greep Richard haar handjes vast en drukte teder op ieder handje een zoen. “Heeft ze haar fles al gehad?” vroeg hij toen.
“Nee, het is geen tijd hè,” zei ze.
“Werd ze dan alweer wakker?” vroeg Richard.
Shanice draaide zich opeens om en keek Richard aan. “Hoezo?”
“Omdat ze wakker en wel in haar wipstoeltje ligt.”
“Dat vind ik gezellig,” zei Shanice.
“Heb je haar dan wakker gemaakt?” vroeg Richard door.
Shanice draaide hem weer de rug toe. “Kan jij even de slasaus uit de koelkast pakken?”
“Shan, ik vroeg je iets,” zei Richard.
“Riche, ik,” begon ze.
Ze werd onderbroken door de telefoon die in de keuken aan de muur hing.
Richard greep de hoorn. “Hallo?”
“Riche met Nick.”
“Ha, Nick.”
“En hebben jullie Kimberly nog mee gekregen?”
Richard lachte. “Wat dacht jij dan.”
“Ik ben zo blij voor jullie, Riche.”
“Wij zijn ook blij,” zei Richard. “Hoe is het nu met Charlene?”
“Ik twijfel een beetje,” zei Nick.
“Wat bedoel je?’ zei Richard een beetje ongerust.
Shanice stopte met het wassen van de sla en draaide zich om.
“Ze voelt zich vandaag niet zo goed.”
“Toch geen koorts?” vroeg Richard.
“Nee hoor.”
“Verhoging?”
“Ook niet.”
“Wat dan wel?”
“Hangerig, hoofdpijn, moe en ze hoest weer zo.”
Richard dacht even na. “Ik kan straks even langskomen. Maak je geen zorgen maat. maar ze is zo ziek geweest. Even het zekere voor het onzekere nemen.”
“Graag maat.”
“Zie je me straks,” zei Richard.
“Tot straks,” zei Nick en hij verbrak de verbinding.
“Niet goed met Charlene?” vroeg Shanice.
“Ze heeft een mindere dag,” zei Richard. “Een inzinking. Geen zorgen, liefste,” zei hij toen hij haar ongeruste ogen zag. “Het is niet abnormaal. Ze heeft geen koorts. Waarschijnlijk heeft ze extra vitamines nodig. Haar weerstand is nul komma nul. Ze pikt nu alles op. Dat komt wel weer goed. Vind je het erg als ik straks even ga kijken?”
“Nee natuurlijk niet.”
Richard wees: “Moet die slasaus niet op de sla?”
Shanice schoot in de lach. “Nee uil.”
“En dank je wel weer,” zei hij met een grijns.
“Dat doe je pas op het laatste moment.” vertelde ze. “Anders wordt de sla slap.”
“Oh,” zei Richard onnozel. En toen: “Ik heb nog een verrassing voor je.”
Ze keek hem vragend aan.
“Justin komt vanavond.”
“Wat?” zei ze blij verrast.
“Hij belde vanmiddag.”
“Oh wat leuk,’ zei ze met een brede lach. “Blijft hij ook?”
“Ja, dat vroeg hij, maar hij wil zich niet opdringen.”
“Hij is gek,” lachte ze.
“Dat is ie altijd geweest,” grinnikte Richard.
“Waar vandaan belde hij?”
“Brighton.”
“Dan heeft hij mazzel,” zei ze.
“Hoezo?” vroeg Richard verbaasd.
“Als Kimberly niet te vroeg was geboren zouden je ouders nu nog in Amerika zijn.”
“Verrek,” zei hij.
“Liever niet,” grinnikte ze.
“Nou ja,” dacht Richard hardop. “Dan was hij hier vanzelf wel terecht gekomen zijn.”
“Ja,” zei Shanice. En toen verheugd: “Oh Riche, ik vind het zo leuk dat hij komt! Hoe laat…”
Kimberly begon te huilen.
“Ach meisje, wat is dat nou?” zei Richard. Hij pakte zijn zeventien dagen jonge dochtertje uit haar wipstoeltje en hield haar tegen zich aan. Kimberly was direct getroost.
“De fles,” zei Shanice in paniek. “Ze moet de fles! Oh ze had een minuut geleden de fles al moeten hebben! Nu duurt het nog minuten voor ze de fles krijgt. Oh wat erg.”
Richard keek haar verbijsterd aan. “Wat is er toch met je aan de hand, liefste? Ik ga Kimberly wel verschonen en jij warmt intussen haar fles op. Het komt toch niet op de minuut aan?”
“Niet?” zei ze onzeker.
“Nee,” zei Richard met nadruk.
Kathleen stormde de keuken in. “Waarom huilde Kimberly?”
“Ze heeft honger en moet een schone luier,” zei Richard. “Wil jij me helpen?”
“Ja,” zei Kathleen.
“Kom maar mee naar boven dan,” zei Richard.
Met zijn twee dierbare dochters verdween hij naar boven, naar de babykamer.

Shanice wilde met alle geweld dat Kimberly beneden bleef in het wipstoeltje (waarvoor ze nog veel te klein was maar wat ook in een plattere stand kon) tijdens het avondeten. Richard was het daar helemaal niet mee eens, Kimberly had ook rust nodig. Maar toen hij zag dat het kleine meisje ontspannen ging slapen hield hij zijn mond, ook omdat Kathleen erbij was. Zijn vermoeden na Kathleen’s woorden dat ‘mama nu op Kimberly moest passen omdat ze geen slangetjes meer had’ en dat Shanice gewoon heel erg bang was, werd erdoor versterkt.

Na het eten brachten Richard en Shanice – inclusief Kimberly – Kathleen naar bed en toen Richard net met Shanice over de mogelijke angst wilde beginnen, kondigde Justin zijn komst aan en moest het wachten.
Na dit vreugdevolle weerzien werden er koffie en thee geschonken en keerde de rust weer een beetje terug.
“Die Richie,” zei Justin hoofdschuddend. “Hij is papa.”
Richard lachte. “Al bijna vier jaar Justin.” Hij monsterde zijn jongere broer. Hij zag er goed uit, maar hij zag wel een zweempje vermoeidheid. Voor het eerst vroeg hij zich af of Justin echt wel zo gelukkig was. Constant reizen kon ook een vorm van vluchten zijn.
“Ja,” zuchtte Justin. “Ik popel van verlangen mijn vierjarige nichtje in het echt te zien.”
“Bijna vier jaar,” verbeterde Shanice hem.
Justin keek naar Kimberly. “Zijn alle baby’tjes zo klein?”
Shanice lachte. “Ze is te vroeg geboren en nog niet op haar verwachte geboortedatum.”
“Wil je haar vasthouden?” zei Richard.
“Graag,” lachte Justin. “Geef die kleine meid maar hier.”
Shanice legde Kimberly in zijn armen. “Kijk uit voor haar hoofdje. Staat je goed,” zei ze toen. “Is dat de eerste keer dat je een baby vasthoudt?”
“Nee hoor,” zei Justin. “In het in het westen van Afrika een tijdje in een ziekenhuis gewerkt.”
“Een advocaat in een ziekenhuis?” zei Richard met een lach.
Justin grijnsde. “Als je hulp vereist is, kan je je prioriteiten verleggen. Door pa heb ik toch medische kennis en ik kan ook nog tegen bloed.”
Richard moest lachen. “ik ben benieuwd naar al je verhalen. Maar ik ga nu eerst naar Nick en Charlene. Charlene is ziek geweest en ik had beloofd even langs te gaan. Dus wacht alsjeblieft met je verhalen.” Hij verdween.

© Marjon 2021

Origineel geschreven op 25 en 26 april 1993 (Richard & Shanice) en herschreven voor //verhalen.op23.nl op de volgende muziek:

Divine – Shoot your shot
Bob Seger & The Silver Bullet Band – Main Street
Dolly Dots – Don’t give up
Korgis – Everybody’s gotta learn sometime
Diesel – Salsaulito summernight
Santa Esmaralda – Don’t let me be misunderstood
Kayak – Theme from Spetters
Liquid Gold – Dance yourself dizzy
Goldie – Making up again
Blondie – Atomic
A Flock of Seagulls – Wisking (If I had a phograph of you)
Olivia Newton-John & Electric Light Orchestra – Xanadu
Cliff Richard – Wired for sound
Boston – Don’t look back
Sniff ‘n’ the Tears – Driver’s seat
Roxy Music – Oh yeah
Divine – Shoot your shot
Status Quo – Caroline
Status Quo – Coming and going
ABBA – Man in the middle
Philip Oakey & Giorgio Moroder – Together in electric dreams
Twarres – Wêr bisto
ABBA – That’s me
Amy Winehouse – Back to black
Coldplay – Speeds of sound
ABBA – Lay all your love on me
ABBA – Head over heals
Huey Lewis & the News – Heart and soul
Coldplay – Life in Technicolor II

Richard & Shanice – Nick & Charlene (382)

Shanice bukte en legde Kimberly in haar ledikantje. “Zo en nu gaat Kimberly slapen.”
“Voor het eerst hè, mam?” zei Kathleen.
“Ja,” zei Shanice. “Ze gaat voor het eerst in haar bedje slapen.”
Het was de volgende dag. ‘s Ochtends hadden Freddie en Mary weer afscheid genomen. Ze vonden dat het jonge gezin onder elkaar moest zijn en ze hadden aangegeven dat als ze nodig waren, ze absoluut gebeld moesten worden. Daarna hadden Richard, Shanice en Kathleen de kleine Kimberly opgehaald uit het ziekenhuis. Ze hadden de rest van de ochtend alle drie in aanbidding voor het mooie baby’tje gelegen, terwijl het kleine meisje bij hen op de bank lag. Maar Kimberly had ook rust nodig en om een uur of één brachten ze haar gedrieën voor het eerst naar haar bedje.
“Kan Kimberly dan wel slapen?” vroeg Kathleen ongerust.
“Ja hoor,” zei Richard. “Ze voelt zich veilig.”
“Kijk maar,” zei Shanice. “Ze heeft haar oogjes al dicht.”
“Oh ja,” zei Kathleen. “Kijk eens, Hondje?” Ze duwde haar knuffelhondje over de rand van het ledikantje. “Kimberly slaapt. Papa?”
“Ja, meisje?”
“Hondje is een beetje ziek.”
“Oh ja,” zei Richard, die al lang in de gaten had dat Kathleen zelf slachtoffer was van een verkoudheidje en nogal hoestte.
“Ja,” knikte Kathleen. “”Ikke maak me heel veel zorgen.”
Shanice beet op haar lip om niet in de lach te schieten.
“Dat moet je helemaal niet doen,” zei Richard. “Zorgen maken helpt je niet.”
“Hondje moet naar de dokter, hè,” zei Kathleen.
“Als Hondje echt erg ziek is wel,” zei Richard. “Maar volgens mij is Hondje alleen verkouden.”
Kathleen keek haar knuffelhondje aan. “”Mijn papa is dokter. Dan moet jij naar papa.”
“Piep,” zei Shanice met hoge stem.
“Wat doe jij nu?” vroeg Kathleen verbaasd, terwijl ze haar moeder argwanend aankeek.
“Ik doe niets,” zei Shanice.
“Jawel, jij zei piep!”
“Nee hoor,” zei Shanice. “Dat zei Hondje.”
Kathleen fronste haar wenkbrauwtjes. “Dat doet Hondje nooit.”
“Nooit?” zei Richard.
“Nee,” zei Kathleen terwijl ze peinzend naar Hondje keek. “Dan moet Hondje wel erg ziek zijn, hè.”
Richard trok zijn oudste dochter mee naar de gang. “Laten we eerst eens naar de gang gaan, want anders wordt Kimberly weer wakker.”
“Oh ja en anders gaat Hondje weer piep doen,” zei Kathleen onlogisch.
Richard zakte door zijn knieën en keek zijn dochter aan. Omdat Kathleen veel gevoelens indirect liet blijken via Hondje vond hij zaak het serieus te nemen dat Hondje ziek was. Misschien voelde Kathleen zich zieker dan op het eerste gezicht leek. “Dus Hondje is ziek?”
Kathleen knikte.
“En wat heeft Hondje dan?”
“Buikpijn,” zei Kathleen en ze wees op zijn borst.
Bronchitis, bedacht Richard zich.
“En heel veel bloed,” voegde Kathleen er gewoon maar even aan toe.
“Heel veel bloed?” herhaalde haar vader verbaasd.
“Ja en nou is ie helemaal groen van het héél véél bloed. Net als dat jongetje, weet je wel?”
Richard trok zijn wenkbrauwen op. “Jongetje?”
“Dat jongetje dat tegen die auto was gebotst en toen was er heel veel bloed.”
Richard begreep opeens waarover zijn bijna vierjarige dochter het had. Een paar dagen geleden toen hij en Shanice met Kathleen naar Kimberly was gegaan, was er net een jongetje op de Spoedeisende Hulp binnen gebracht. Het jongetje had onder het bloed gezeten. Kathleen was er nogal van onder de indruk geweest en Richard had haar gezegd dat het jongetje tegen een auto was gebotst maar helemaal beter zou worden.
“Oh ja,” zei hij, omdat hij begreep dat Kathleen deze indrukken moest verwerken en daar ook Hondje voor werd gebruikt. “En dat heeft Hondje nu ook?”
“Ja,” zei Kathleen. “En nu heb ikke… Hondje pijn in zijn buikje.”
Richard nam zijn oudste dochter onderzoekend op. “Dus Hondje heeft pijn in zijn buikje.” Hij wees naar het borstje van zijn dochter. “Heb jij dat ook?”
“Nee Hondje,” zei ze.
“Zal papa even naar je buikje kijken?”
Kathleen schudde wild haar donkere krullen. “Nee.”
Richard zuchtte en kwam overeind. Hij had haar woord niet nodig om te weten dat zijn meisje zich niet zo fit voelde. Maar hij wilde niets forceren en besloot haar vooral in de gaten te houden. Het was vrij normaal dat kinderen allerlei virusjes oppikten, zo bouwden ze weerstand op. En hij was dan ook niet zo van ingrijpen.
“Papa moet wel naar Hondjes buikje kijken,” zei Kathleen.
Richard greep Kathleen’s handje. “Kom dan maar even met papa mee.”
“Gaat papa dan niet naar mijn buikje kijken?” vroeg Kathleen ongerust.
“Nu niet,” stelde Richard haar gerust.
Vader en dochter liepen met Hondje de trap af.

Shanice was zich dit alles niet bewust. Ze was achtergebleven in de kamer van Kimberly.
Ze pakte een stoel, zette deze naast het ledikantje en ging zitten. Onafgebroken keek ze naar haar jongste dochtertje en ze voelde zich heel erg gespannen. Zou het nu allemaal wel goed gaan? Ze was nog zo ongelofelijk klein. Ze was zes weken te vroeg geboren en was nog geen zes weken oud. Maar Martin had hen verzekerd dat Kimberly het leven thuis aan kon. Ze had geen problemen gehad met haar ademhaling, ze kon zichzelf warm houden, ze was over haar grensgewicht heen… Ze hoefde echt niet meer in de couveuse te blijven.

Kathleen gaf Hondje aan Richard en hoestte.
“Gossie,” zei Richard. “Wat hoest Hondje hè?”
“Ja,” zei Kathleen. “Papa moet Hondje beter maken.”
“Ja,” zei Richard en hij pakte de stethoscoop. “Dat moet papa maar doen hè. Heeft Hondje ook pijn?”
“Ja,” zei Kathleen.
“Waar?” vroeg Richard.
“In zijn buikje,” zei Kathleen.
Richard prikte in Kathleen’s buik. “Daar?”
“Nee,” lachte Kathleen en ze hoestte weer.
Richard’s vinger ging naar haar maag. “Daar?”
“Nee,” lachte Kathleen.
Hij wees haar borstje aan. “Daar dan?”
Kathleen knikte.
“Nou, dan moet papa daar maar eens luisteren, hè?”
“Ja,” zei Kathleen. “Bij Hondje hè?”
“En bij jou, wijsneus,” zei Richard. “Je hoest nogal hè.”
“Ik heb niet heel veel bloed hè?” zei ze opeens angstig.
“Zie jij dat dan?” reageerde hij nuchter.
Kathleen moest giechelen. “Nee.”
Richard schoof Kathleen’s hemdje omhoog en luisterde.

Shanice keek naar haar jongste dochtertje en slikte.
Nu was Kimberly dan bij hen thuis. Hier stond geen monitor en er was geen arts die vierentwintig uur over Kimberly waakte.
Shanice’s hart bonkte van angst. Wat als Kimberly wel onderkoeld raakte? Of als ze plotseling stopte met ademhalen? Er moest iemand over haar dochtertje waken. En nu ze niet meer in het ziekenhuis lag moest zij maar over hun kleine meisje waken.

Richard ‘luisterde’ plichtsgetrouw ook bij Hondje en fatsoeneerde daarna de kleding van zijn dochtertje.
“Is Kathleen nu ziek?” vroeg Kathleen ongerust.
“Een klein beetje,” zei Richard die een lichte bronchitis had vastgesteld. Hij vond het niet verontrustend en besloot dat tijmsiroop en Vicks het wel konden oplossen. Hij keek in zijn medicijnkast maar zag beide artikelen niet staan. Hij zuchtte. “Ik denk dat ik even naar de apotheek moet,” zei hij hardop.
“Maar niet naar het ziekenhuis, hè?” zei Kathleen.
“Welnee, malle meid,” zei Richard.
“Hondje ook niet?”
“Hondje ook niet,” zei Richard. “Waar is mama eigenlijk?”
“Dat weet ik heel erg niet,” zei Kathleen ernstig.
“Misschien nog bij Kimberly,” zei Richard.
“Ja,” zei Kathleen. “Ikke zoeken.”
“Wel zachtjes doen, hè?” vroeg Richard.
Kathleen verdween.
Richard moest lachen en ruimde zijn instrumenten op.
Kathleen kwam de praktijkkamer weer binnen stormen.
“Mama is bij Kimberly en Kimberly slaapt.”
“Oh,” zei Richard. “Mama moet nu maar even naar beneden komen want papa moet even naar de apotheek voor hoestdrank.”
“Mama komt niet,” zei Kathleen.
Richard fronste zijn wenkbrauwen. “Mama komt niet?”
“Nee mama zei ik blijf bij Kimberly zitten.”
“Oh,” zei Richard verbaasd. Hij leidde zijn dochtertje uit de praktijkkamer welke hij afsloot. “Ga jij maar even naar de huiskamer. Papa loopt even naar mama.”
De telefoon rinkelde.
Met een zucht nam Richard op. “Hallo?”
“Richie?”
“Justin?” zei Richard verrast.
“Heel goed, big brother,” zei Justin, Richard’s twee jaar jongere broer die een succesvolle advocaat was en ongelukkig in zijn voorspelbare leventje was geweest. Hij was daar uit gestapt en was sindsdien alleen nog maar aan het reizen.
Ze hoorden soms maanden niets van Justin en Richard had hem al jaren niet meer gezien.
“Ik zit bij pa en ma in Brighton en nu ik voor de tweede keer oom ben geworden moet ik maar eens gaan kennis maken met mijn nichtjes. Mag ik?”
“Mag ik?” zei Richard verbijsterd. “ik heb je verdomme al zo’n vijf jaar niet gezien. Wat doe je daar nog? Bel een taxi of wat dan ook en kom hier naar toe.”
Justin lachte. “Stay calm, big brother. Ik kom vanavond pas. Ik ben nu pa aan het helpen met wat schilderwerk aan het huis. Kan ik blijven slapen voor een paar dagen? Je zal geen last van me hebben.”
“Natuurlijk kan dat, broertje,” zei Richard blij. “Tot vanavond dan!”
“See ya,” zei Justin.
Richard legde met een blij gevoel de hoorn neer.

© Marjon 2021

Origineel geschreven  op 25 april 1993 (Richard & Shanice) en herschreven voor //verhalen.op23.nl op muziek van: ABBA (repeat: Cassandra), ABBA (repeat: Soldiers), Lenny Kravitz (repeat: Where are we runnin’)