Richard & Shanice – Nick & Charlene (385)

Richard vond Charlene inderdaad lusteloos zoals Nick al had vermeld.
“Maar ik kan lichamelijk niets vinden,” zei hij nadat hij haar onderzocht had. “Je gaat echt vooruit, meisje.”

Ze zuchtte wat haar deed hoesten.
Hij moest even lachen. “Dat zit ook prachtig los.”
“Ik heb nog niet veel lucht,” mopperde ze.
“Dat komt wel weer goed,” stelde hij haar gerust. Hij monsterde haar. “Charlene? Kijk me eens aan.”
Haar hoofd kwam omhoog maar ze bracht het niet helemaal aan hem aan te kijken.
Richard nam er genoegen mee. “Je bent een beetje down hè.”
Er viel een stilte.
“En Nick prikt daar niet doorheen?”
Nu keek ze hem aan. “Dat doet hij wel.”
“Hij heeft door dat je down bent?”
“Hij had het zelfs over depressief.”
“Je bent depressief?”
“Ik denk dat het komt door mijn longontsteking hè?” zei ze hoopvol.
“Kan,” zei Richard vaag. Hij dacht even na. “Heb je dat vaker gehad?”
“Longontsteking?
“Nee, depressieve gevoelens?”
Ze knikte. “Ik heb daar vaak last van.”
“Hoe depressief?”
Ze reageerde niet.
“Charlene, hoe depressief?” vroeg hij met nadruk. Zijn hart bonkte.
“Nee nee Riche, niet zo depressief.”
Hij bleef haar nog even aankijken.
Ze keek nu van hem weg.
“Wat denk je dat het veroorzaakt?” vroeg hij.
“Riche, jij bent arts,” zei ze wanhopig.
“Ik wil eerst van jou horen wat je denkt dat de oorzaak is.”
“Dat weet ik niet,” zei ze. “Overprikkeling kan een oorzaak zijn. Maar mijn moeder had het ook. Kan het niet biologisch zijn?”
“Ja, zeker wel,” zei Richard.
“Erfelijk ook?”
“Ja,” zei Richard. “Wat voel je, meisje? Probeer het eens te omschrijven.”
Ze haalde diep adem. “Een gevoel van onwerkelijkheid. Angstig om niets. Het gevoel dat het geen zin meer heeft.”
Richard ging rechtop zitten. “Dus dat gevoel heb je wel.”
“Ja,” zei ze en de tranen sprongen in haar ogen.
“Denk je wel eens aan de dood?” Hij moest het toch vragen.
“Ik zou liegen als ik dat niet deed,” zei ze zacht. “Maar ik ga die stap echt niet nemen, Riche. Dat kan niet. Ricky… Ik ben moeder. Moeder, Riche.”
Hij knikte. Voor nu nam hij het aan. “Is het tijdens de longontsteking erger geworden?”
“Ja,” zei ze verrast.
Hij knikte weer en dacht na. Over hoe haar lichaam reageerde op emoties, hoe alles harder binnenkwam. Het ratelde in zijn hoofd. Toen keek hij haar aan. “Ik denk dat we heel veel kunnen oplossen met vitamines.”
Ze trok verrast haar wenkbrauwen op.
“Ik bedacht hoe jouw weerstand te lijden heeft onder het feit dat je zo gevoelig bent.”
Ze kleurde.
Daar moest hij om lachen. “Ik zal bloed prikken en het daar op laten controleren, is dat goed? En als ik gelijk heb ga ik je vitamine C, B en D voorschrijven.”
“Dat slikt Nick ook allemaal,” zei ze verrast.
“Op aanbeveling van Berry?”
“Ja,” zei ze.
“Ga jij maar eens met Berry praten, meisje. Er is met supplementen veel te bereiken. En met voeding en met Hypericum perforatum?”
“De wat?” Ze knipperde met haar ogen.
“St. Janskruid. Een natuurlijk antidepressivum.”
“Oh dat is ook iets voor Berry zeker.”
Richard glimlachte en pakte de spullen om bloed af te nemen. “Ik zal even bloed afnemen en het formulier vul ik thuis wel in. Morgenochtend breng ik het naar het laboratorium.” Hij deed de band om haar arm en ontsmette een stukje huid. “Justin is er.” Snel en vaardig en vooral zacht nam hij bloed af.
Charlene had het amper door. “Justin? Just… Je broer??”
“Ja,” zei hij blij. “Mijn broer.”
“Wat leuk, ik heb hem nog nooit ontmoet.”
“Dan kom je een dezer dagen maar eens langs,” zei hij. “Zo. Dat is wel genoeg. Houd jij dat watje even vast. Hij sloot het buisje en plakte er een sticker op. Daarna deed hij een pleister op haar arm. “Hij blijft een paar dagen. Al weet je het met Justin nooit.”
“Geniet er maar van,” zei ze en ze gaf hem spontaan een knuffel. “Dank je wel Riche. Voor alles.”
Hij knelde haar in zijn armen. “Ik wil niet bedankt worden. Maar beloof me dat je hulp zoekt bij een van ons als je rare gedachten krijgt. Beloof me dat Charlene.”
“Dat beloof ik, Riche.”
“Riche?”
“Ja meisje?”
“Wil je het Nick vertellen?”
“Alles?”
“Ja, alles.”
“Dat doe ik met liefde,” zei hij. “Maar sinds wanneer kan jij niet meer met Nick praten?”
“Dat kan ik wel.”
“Maar je hebt liever dat ik dat doe,” zei hij.
“Ja,” zei ze zacht.
“Heb je het met hem nog over jullie seksuele relatie gehad?” Hij refereerde aan een gesprek dat Charlene tijdens een van de onderzoeken had gevoerd over de situatie met Nick en het feit dat ze elkaar niet meer lichamelijk lief konden hebben.
“Nee,” zei ze.
“Dat ga jij vanavond dan eerst eens doen,” zei hij.
“Maar Riche,” zei ze.
“Nee meisje, daar moet jij niet mee rond blijven lopen. Het kan ook heel veel schelen als je dat ter sprake brengt. Ik ben niet degene die hier met Nick over moet praten. Dat kan alleen jij. Ik zal Nick zeggen dat ik je vitamines ga voorschrijven, maar jij moet hem de rest vertellen.”
Ze zuchtte. “Je hebt gelijk.”
“Altijd,” plaagde hij. Hij stond op. “En nu ga ik, meisje.”
“Ja,” zei ze. “Dan ga ik Ricky naar bed brengen.”

Charlene sloot zacht de deur van Ricky’s slaapkamer.
Nick keek op van zijn boek. “Slaapt hij?”
Ze knikte. “Ja, hij was voor zijn doen een beetje druk. Hij heeft denk ik teveel suiker bij Eddy gehad.”
Eddy was Ricky’s boezemvriendje; ze zaten samen in de peuterklas. Ricky had daar die middag twee uurtjes gespeeld.
Nick moest lachen. “Tja, dat krijgt hij bij ons niet vaak.” Ze deden niet moeilijk maar voedden Ricky wel met zo min mogelijk suiker op.
Ze glimlachte en wilde naar de keuken lopen.
“Wat ga jij doen?” vroeg Nick.
Ze wees. “De vaatwasser legen, dan thee zetten en alvast groente…” Ze moest hoesten.
Nick schudde zijn hoofd. “Jij gaat helemaal niets.”
“Dat hoesten is niet meer zo erg,” zei ze.
“Nee maar je ziet er erg moe uit,” zei hij.
“Ik voel me ook wel moe,” zei ze.
“Ja, liefste schat, je bent nog steeds patiënt.”
“Maar…”
“Ik doe het zo wel,” zei hij.
“Jij bent ook moe.”
“Zie ik er moe uit?” vroeg hij.
Ze keek. “nee,” zei ze. Ze liet zich naast hem op de bank vallen. “Pfff, nu ik zit.”
“Dat bedoel ik,” zei hij. Hij fronste zijn wenkbrauwen. “Je hebt het ook een beetje benauwd, hè.”
“Nick,” zei ze geïrriteerd. “Je weet dat dat af en toe kan. Dat gaat steeds minder worden.”
“Heeft Richard dat gezegd?”
“Ja,” zei ze.
“Oké,” zei hij. En toen: “Ik voel me niet moe. De inzinking die ik de laatste weken had is weer weg. En ik ga gewoon zo de vaatwasser legen en thee zetten en de groente die over is in de vriezer doen. Dat was toch wat je wilde zeggen?”
“Ja,” zei ze.
Er viel een stilte.
“Nick?”
“Prinsesje?”
Daar moest ze altijd om lachen.
“Mag ik in je armen?”
“Jij mag in mijn armen.” Hij trok haar naar zich toe. Zijn armen sloten haar in
Ze legde haar hoofd op zijn borst en luisterde naar zijn hartslag. “Mmm?”
“Mmm?”
“Je bent wel eens rustiger,” zei ze.
“Is dat zo?” zei Nick die het seksueel verlangen naar haar probeerde te negeren.
Er viel weer een stilte.
“Nick?”
“Prinsesje?”
Ze lachte weer. “Gekkie. Je verlangt hè?”
“Charlene…”
“Nee,” zei ze. “Draai er nou niet omheen. Ik ken je toch?”
Hij zuchtte.
“Zeg eens eerlijk?” drong ze aan.
“Ik wil je,” zei hij eenvoudig.
Haar hoofd kwam omhoog en ze keek hem aan.
“Ik wil je lichaam liefhebben,” fluisterde hij.
“Ik wil dat je dat doet,” fluisterde ze terug.
“Het kan niet,” zei hij.
“Het kan wel,” zei ze.
“Ik heb aids.”
“We hebben condooms.”
“Die kunnen we vergeten op het heetste moment.”
“Nee,” zei ze. “Nee Nick. Dat vergeet jij niet.”
“Charlene…”
“Jij zal mij altijd beschermen,” zei ze.
“Ja,” zei Nick. “Ik wil dat je veilig bent en gezond blijft.”
“Ik heb het er met Richard over gehad, weet je dat?”
“Waarover?”

Richard deed de stethoscoop af. “Je gaat echt vooruit meisje. Het gaat langzaam, maar het blijft vooruitgaan en daar gaat het om.”
Charlene deed haar shirt weer aan en ging op de stoel bij het bureau zitten. “Riche?”
“Ja, meisje?”
“Ik wil iets vragen. Iets geks.”
Richard ging tegenover haar zitten. “Ik vind niet gauw iets gek.”
“Het moet onder ons blijven.”
“Ik heb beroepsgeheim.”
“Nick mag het ook niet weten.”
“Het blijft onder ons,” zei hij.
“Ik wil me af en toe laten testen.”
“Je wilt je af en toe laten…” Hij keek haar vragend aan.
“Op aids, op hiv,” zei ze.
Er viel een stilte. In de verte klonken de stemmen van Shanice en Kathleen.
Richard haalde diep adem. “Is er reden om aan te nemen…”
Ze keek hem niet aan. Haar ogen dwaalden langs hem heen. “Nick en ik hebben af en toe, af en toe…”
Richard’s hart bonkte opeens van angst. Met een ruk boog hij over zijn bureau heen. “Hebben jullie het onbeschermd gedaan?”
Ze keek op nu. “Nee. Nee nooit. Nick beschermt me, dat weet je toch.”
Richard liet zich met een zucht achterover vallen. “Ja, dat weet ik.”
“Hij wil het niet meer,” zei ze.
“Dat kan ik begrijpen,” zei Richard.
De tranen sprongen in haar ogen. “Maar ik ben er zelf ook bij.”
Richard’s hand reikte over de tafel heen naar haar hand. “Meisje.”
Ze werd opeens verlegen. “Het gaat niet om seks. Het gaat om Nick.”
Hij knikte.
“Een condoom is veilig toch,” zei ze.
“Ja, meisje.”
“Dus het kan.”
“Dat is tussen jullie twee maar het kan in principe wel,” zei hij voorzichtig.
“Daarom dacht ik: als ik me af en toe laat testen, weet Nick dat ik veilig ben.”
Richard knikte bedachtzaam. “Dat zou kunnen.”
“Kan dat via jou en dan geheim blijven?”
“Ja, dat kan,” zei hij. “Maar stel dat je toch besmet raakt kan je niet meer terug.” Hij besloot dat rechtuit spreken maar het beste is.
“Ik raak niet besmet,” zei ze. “Denk je dat Nick ook maar een beetje risico gaat lopen?”
“Nee,” zei Richard. “ik heb alle vertrouwen in Nick.”
“Niet in mij?”
Hij liet haar hand los en glimlachte. “Ook in jou, meisje.”
“Ik wil dat testen alleen om Nick gerust te stellen.”
“Oké’,” zei Richard. “Als jij dat echt wil, gaan we dat doen.”
“Hoe vaak moet dat? Elke maand?”
“Elke maand? Nee meisje. Laten we zeggen: elk half jaar.”
“En kan dat anoniem?”
“Onder een andere naam, ja. Dat gaat lukken.”
“Dank je wel,” zei ze.
“Ik kan nu al bloed afnemen,” zei Richard.
Ze knikte. “Doe maar.”

“En?” zei Nick gespannen.
“Het duurt nog even voor de uitslag komt,” zei Charlene. “Een paar weken.” Ze streelde zijn buik en haar hand ging lager. “Ik wil jou ook Nick.”
“Charlene, het kan niet.”
“Ja, het kan wel,” zei ze fel. “Ik kan bij niemand veiliger zijn dan bij jou. En je hebt het zo nodig.”
“Doe je het alleen voor mij dan?” vroeg hij met hese stem.
“Nee,” zei ze zacht. “Ik wil het ook.”
“Jij kan met Berry…”
“Nick alsjeblieft.”
“Ik houd van jou, Charlene, mijn Prinsesje.”
“Ik van jou Nick, mijn allerliefste man.”
Zijn mond zocht hongerig de hare, hun tongen draaiden om elkaar.
Ze hadden sinds zijn diagnose ook niet meer zo gezoend en de hartstocht laaide hoog op.
Haar hand ging naar zijn kruis en ze voelde hoe hij klaar was voor haar. “Nick,” zei ze en de emoties klonken in haar stem door.
Zijn handen gingen wanhopig van verlangen over haar rug. “Niet hier,” bracht hij uit.
“Nee,” zei ze. Ze stond op.
Nick kwam omhoog en liet haar niet los. Hij trok haar mee naar de slaapkamer.

Hij streelde bijna wild haar naakte lichaam. Het was lang geleden, te lang geleden. Ze zag er verrukkelijk uit. Hij wilde haar nemen, haar bezitten. Zijn hand vond dat plekje tussen haar benen.
Ze kreunde van genot, haar ademhaling ging snel.
“Ik houd zielsveel van jou, Prinsesje,” fluisterde hij.
“Ik ook van jou, Nicholas,” huilde ze. “Zo allemachtig veel. Oh Nick…”
Schokkend kwam ze tot haar hoogtepunt.
Nick voelde het verlangen in zich heftiger worden en kon niet wachten om haar te nemen. Beschermen dacht hij. Ik moet haar beschermen.
“Kom in me, alsjeblieft,” smeekte ze. “Neem me alsjeblieft.”
Zijn hand reikte opzij. “Eerst dit liefste.”
Ze hielp hem met het condoom.
Toen nam hij haar teder om al gauw fel door te stoten.
Toen ze samen hun hoogtepunt beleefden was het pas vijf minuten later.
Hijgend lagen ze in elkaars armen en voelden ze allebei hoe groot die liefde was. Groter dan ze ooit konden bevatten. Het oversteeg het aardse.
Nick trok het dekbed over hen heen. Dicht tegen elkaar aan doezelden ze weg, wetende dat het leven goed was. Ondanks. Hun liefde was zoveel groter dan dat.

© Marjon 2021

Origineel geschreven op 26 en 30 augustus 2021, nieuw geschreven dus voor //verhalen.op23.nl op de volgende muziek:

Little River Band – It’s a long way there
ABBA – King Kong Song
The The – Uncertain smile
Haddaway – What is love
Clouseau – Nobelprijs
Thin Lizzy – Boys are back in town
Live – Selling the drama
David Bowie – Boys keep swinging
Dizzy Man’s band – The opera
Electric Light Orchestra – Mr Blue Sky
Richard Clayderman – Exodus – repeat
Tori Amos – Lovesong

Lenny Kravitz – California
Radiohead – Street spirit
Daryl Hall – Dreamtime
Harry Styles – Sign of the times
Frank Boeijen Groep – Op zoek naar verloren tijd (op repeat)

 

 

Richard & Shanice – Nick & Charlene (384)

Toen Richard en Kathleen anderhalf uur later terugkwamen vonden ze Shanice in de keuken.
Ze was met het avondeten bezig en had Kimberly in het wipstoeltje op het kleine tafeltje staan.
“Hallo,” zei ze opgewekt. “Wat bleven jullie lang weg.”
“We hebben een eindje omgelopen,” zei Richard. “Het is heerlijk weer.”
Shanice knikte.
“Ik heb heel veel gelopen,” zei Kathleen. Ze liep naar het wipstoeltje. “Dag Kimberly.”
Kimberly zwaaide met twee armpjes.
Kathleen lachte. “Kimberly zegt gedag.”
“Ze kan toch niet praten,” zei Shanice verwonderd.
“Ze zegt gedag met haar handjes,” zei Kathleen verontwaardigd.
“Oh,” zei Shanice.
“Mama?”
“Ja, meisje?”
“Ik ben een beetje ziek en ik krijg hoestdrank.”
Shanice knikte. “Als jij maar braaf je hoestdrank neemt komt het weer goed, hè.”
“Ja,” zei Kathleen. “Ik ga tekenen.”
Ze stoof weg.
Shanice ging zwijgend verder met het eten.
“Wat maak je?” vroeg Richard.
“Lasagne.”
“Lekker,” zei hij.
Ze moest lachen. “Dat moet je maar afwachten.”
“Ik heb er alle vertrouwen in,” zei Richard. Hij kietelde Kimberly onder haar kinnetje. “Dag meisje. Ga jij alvast de kookkunst van je mama afkijken?”
Kimberly zwaaide met een knuistje. En toen met de andere.
Vertederd greep Richard haar handjes vast en drukte teder op ieder handje een zoen. “Heeft ze haar fles al gehad?” vroeg hij toen.
“Nee, het is geen tijd hè,” zei ze.
“Werd ze dan alweer wakker?” vroeg Richard.
Shanice draaide zich opeens om en keek Richard aan. “Hoezo?”
“Omdat ze wakker en wel in haar wipstoeltje ligt.”
“Dat vind ik gezellig,” zei Shanice.
“Heb je haar dan wakker gemaakt?” vroeg Richard door.
Shanice draaide hem weer de rug toe. “Kan jij even de slasaus uit de koelkast pakken?”
“Shan, ik vroeg je iets,” zei Richard.
“Riche, ik,” begon ze.
Ze werd onderbroken door de telefoon die in de keuken aan de muur hing.
Richard greep de hoorn. “Hallo?”
“Riche met Nick.”
“Ha, Nick.”
“En hebben jullie Kimberly nog mee gekregen?”
Richard lachte. “Wat dacht jij dan.”
“Ik ben zo blij voor jullie, Riche.”
“Wij zijn ook blij,” zei Richard. “Hoe is het nu met Charlene?”
“Ik twijfel een beetje,” zei Nick.
“Wat bedoel je?’ zei Richard een beetje ongerust.
Shanice stopte met het wassen van de sla en draaide zich om.
“Ze voelt zich vandaag niet zo goed.”
“Toch geen koorts?” vroeg Richard.
“Nee hoor.”
“Verhoging?”
“Ook niet.”
“Wat dan wel?”
“Hangerig, hoofdpijn, moe en ze hoest weer zo.”
Richard dacht even na. “Ik kan straks even langskomen. Maak je geen zorgen maat. maar ze is zo ziek geweest. Even het zekere voor het onzekere nemen.”
“Graag maat.”
“Zie je me straks,” zei Richard.
“Tot straks,” zei Nick en hij verbrak de verbinding.
“Niet goed met Charlene?” vroeg Shanice.
“Ze heeft een mindere dag,” zei Richard. “Een inzinking. Geen zorgen, liefste,” zei hij toen hij haar ongeruste ogen zag. “Het is niet abnormaal. Ze heeft geen koorts. Waarschijnlijk heeft ze extra vitamines nodig. Haar weerstand is nul komma nul. Ze pikt nu alles op. Dat komt wel weer goed. Vind je het erg als ik straks even ga kijken?”
“Nee natuurlijk niet.”
Richard wees: “Moet die slasaus niet op de sla?”
Shanice schoot in de lach. “Nee uil.”
“En dank je wel weer,” zei hij met een grijns.
“Dat doe je pas op het laatste moment.” vertelde ze. “Anders wordt de sla slap.”
“Oh,” zei Richard onnozel. En toen: “Ik heb nog een verrassing voor je.”
Ze keek hem vragend aan.
“Justin komt vanavond.”
“Wat?” zei ze blij verrast.
“Hij belde vanmiddag.”
“Oh wat leuk,’ zei ze met een brede lach. “Blijft hij ook?”
“Ja, dat vroeg hij, maar hij wil zich niet opdringen.”
“Hij is gek,” lachte ze.
“Dat is ie altijd geweest,” grinnikte Richard.
“Waar vandaan belde hij?”
“Brighton.”
“Dan heeft hij mazzel,” zei ze.
“Hoezo?” vroeg Richard verbaasd.
“Als Kimberly niet te vroeg was geboren zouden je ouders nu nog in Amerika zijn.”
“Verrek,” zei hij.
“Liever niet,” grinnikte ze.
“Nou ja,” dacht Richard hardop. “Dan was hij hier vanzelf wel terecht gekomen zijn.”
“Ja,” zei Shanice. En toen verheugd: “Oh Riche, ik vind het zo leuk dat hij komt! Hoe laat…”
Kimberly begon te huilen.
“Ach meisje, wat is dat nou?” zei Richard. Hij pakte zijn zeventien dagen jonge dochtertje uit haar wipstoeltje en hield haar tegen zich aan. Kimberly was direct getroost.
“De fles,” zei Shanice in paniek. “Ze moet de fles! Oh ze had een minuut geleden de fles al moeten hebben! Nu duurt het nog minuten voor ze de fles krijgt. Oh wat erg.”
Richard keek haar verbijsterd aan. “Wat is er toch met je aan de hand, liefste? Ik ga Kimberly wel verschonen en jij warmt intussen haar fles op. Het komt toch niet op de minuut aan?”
“Niet?” zei ze onzeker.
“Nee,” zei Richard met nadruk.
Kathleen stormde de keuken in. “Waarom huilde Kimberly?”
“Ze heeft honger en moet een schone luier,” zei Richard. “Wil jij me helpen?”
“Ja,” zei Kathleen.
“Kom maar mee naar boven dan,” zei Richard.
Met zijn twee dierbare dochters verdween hij naar boven, naar de babykamer.

Shanice wilde met alle geweld dat Kimberly beneden bleef in het wipstoeltje (waarvoor ze nog veel te klein was maar wat ook in een plattere stand kon) tijdens het avondeten. Richard was het daar helemaal niet mee eens, Kimberly had ook rust nodig. Maar toen hij zag dat het kleine meisje ontspannen ging slapen hield hij zijn mond, ook omdat Kathleen erbij was. Zijn vermoeden na Kathleen’s woorden dat ‘mama nu op Kimberly moest passen omdat ze geen slangetjes meer had’ en dat Shanice gewoon heel erg bang was, werd erdoor versterkt.

Na het eten brachten Richard en Shanice – inclusief Kimberly – Kathleen naar bed en toen Richard net met Shanice over de mogelijke angst wilde beginnen, kondigde Justin zijn komst aan en moest het wachten.
Na dit vreugdevolle weerzien werden er koffie en thee geschonken en keerde de rust weer een beetje terug.
“Die Richie,” zei Justin hoofdschuddend. “Hij is papa.”
Richard lachte. “Al bijna vier jaar Justin.” Hij monsterde zijn jongere broer. Hij zag er goed uit, maar hij zag wel een zweempje vermoeidheid. Voor het eerst vroeg hij zich af of Justin echt wel zo gelukkig was. Constant reizen kon ook een vorm van vluchten zijn.
“Ja,” zuchtte Justin. “Ik popel van verlangen mijn vierjarige nichtje in het echt te zien.”
“Bijna vier jaar,” verbeterde Shanice hem.
Justin keek naar Kimberly. “Zijn alle baby’tjes zo klein?”
Shanice lachte. “Ze is te vroeg geboren en nog niet op haar verwachte geboortedatum.”
“Wil je haar vasthouden?” zei Richard.
“Graag,” lachte Justin. “Geef die kleine meid maar hier.”
Shanice legde Kimberly in zijn armen. “Kijk uit voor haar hoofdje. Staat je goed,” zei ze toen. “Is dat de eerste keer dat je een baby vasthoudt?”
“Nee hoor,” zei Justin. “In het in het westen van Afrika een tijdje in een ziekenhuis gewerkt.”
“Een advocaat in een ziekenhuis?” zei Richard met een lach.
Justin grijnsde. “Als je hulp vereist is, kan je je prioriteiten verleggen. Door pa heb ik toch medische kennis en ik kan ook nog tegen bloed.”
Richard moest lachen. “ik ben benieuwd naar al je verhalen. Maar ik ga nu eerst naar Nick en Charlene. Charlene is ziek geweest en ik had beloofd even langs te gaan. Dus wacht alsjeblieft met je verhalen.” Hij verdween.

© Marjon 2021

Origineel geschreven op 25 en 26 april 1993 (Richard & Shanice) en herschreven voor //verhalen.op23.nl op de volgende muziek:

Divine – Shoot your shot
Bob Seger & The Silver Bullet Band – Main Street
Dolly Dots – Don’t give up
Korgis – Everybody’s gotta learn sometime
Diesel – Salsaulito summernight
Santa Esmaralda – Don’t let me be misunderstood
Kayak – Theme from Spetters
Liquid Gold – Dance yourself dizzy
Goldie – Making up again
Blondie – Atomic
A Flock of Seagulls – Wisking (If I had a phograph of you)
Olivia Newton-John & Electric Light Orchestra – Xanadu
Cliff Richard – Wired for sound
Boston – Don’t look back
Sniff ‘n’ the Tears – Driver’s seat
Roxy Music – Oh yeah
Divine – Shoot your shot
Status Quo – Caroline
Status Quo – Coming and going
ABBA – Man in the middle
Philip Oakey & Giorgio Moroder – Together in electric dreams
Twarres – Wêr bisto
ABBA – That’s me
Amy Winehouse – Back to black
Coldplay – Speeds of sound
ABBA – Lay all your love on me
ABBA – Head over heals
Huey Lewis & the News – Heart and soul
Coldplay – Life in Technicolor II

Richard & Shanice – Nick & Charlene (382)

Shanice bukte en legde Kimberly in haar ledikantje. “Zo en nu gaat Kimberly slapen.”
“Voor het eerst hè, mam?” zei Kathleen.
“Ja,” zei Shanice. “Ze gaat voor het eerst in haar bedje slapen.”
Het was de volgende dag. ‘s Ochtends hadden Freddie en Mary weer afscheid genomen. Ze vonden dat het jonge gezin onder elkaar moest zijn en ze hadden aangegeven dat als ze nodig waren, ze absoluut gebeld moesten worden. Daarna hadden Richard, Shanice en Kathleen de kleine Kimberly opgehaald uit het ziekenhuis. Ze hadden de rest van de ochtend alle drie in aanbidding voor het mooie baby’tje gelegen, terwijl het kleine meisje bij hen op de bank lag. Maar Kimberly had ook rust nodig en om een uur of één brachten ze haar gedrieën voor het eerst naar haar bedje.
“Kan Kimberly dan wel slapen?” vroeg Kathleen ongerust.
“Ja hoor,” zei Richard. “Ze voelt zich veilig.”
“Kijk maar,” zei Shanice. “Ze heeft haar oogjes al dicht.”
“Oh ja,” zei Kathleen. “Kijk eens, Hondje?” Ze duwde haar knuffelhondje over de rand van het ledikantje. “Kimberly slaapt. Papa?”
“Ja, meisje?”
“Hondje is een beetje ziek.”
“Oh ja,” zei Richard, die al lang in de gaten had dat Kathleen zelf slachtoffer was van een verkoudheidje en nogal hoestte.
“Ja,” knikte Kathleen. “”Ikke maak me heel veel zorgen.”
Shanice beet op haar lip om niet in de lach te schieten.
“Dat moet je helemaal niet doen,” zei Richard. “Zorgen maken helpt je niet.”
“Hondje moet naar de dokter, hè,” zei Kathleen.
“Als Hondje echt erg ziek is wel,” zei Richard. “Maar volgens mij is Hondje alleen verkouden.”
Kathleen keek haar knuffelhondje aan. “”Mijn papa is dokter. Dan moet jij naar papa.”
“Piep,” zei Shanice met hoge stem.
“Wat doe jij nu?” vroeg Kathleen verbaasd, terwijl ze haar moeder argwanend aankeek.
“Ik doe niets,” zei Shanice.
“Jawel, jij zei piep!”
“Nee hoor,” zei Shanice. “Dat zei Hondje.”
Kathleen fronste haar wenkbrauwtjes. “Dat doet Hondje nooit.”
“Nooit?” zei Richard.
“Nee,” zei Kathleen terwijl ze peinzend naar Hondje keek. “Dan moet Hondje wel erg ziek zijn, hè.”
Richard trok zijn oudste dochter mee naar de gang. “Laten we eerst eens naar de gang gaan, want anders wordt Kimberly weer wakker.”
“Oh ja en anders gaat Hondje weer piep doen,” zei Kathleen onlogisch.
Richard zakte door zijn knieën en keek zijn dochter aan. Omdat Kathleen veel gevoelens indirect liet blijken via Hondje vond hij zaak het serieus te nemen dat Hondje ziek was. Misschien voelde Kathleen zich zieker dan op het eerste gezicht leek. “Dus Hondje is ziek?”
Kathleen knikte.
“En wat heeft Hondje dan?”
“Buikpijn,” zei Kathleen en ze wees op zijn borst.
Bronchitis, bedacht Richard zich.
“En heel veel bloed,” voegde Kathleen er gewoon maar even aan toe.
“Heel veel bloed?” herhaalde haar vader verbaasd.
“Ja en nou is ie helemaal groen van het héél véél bloed. Net als dat jongetje, weet je wel?”
Richard trok zijn wenkbrauwen op. “Jongetje?”
“Dat jongetje dat tegen die auto was gebotst en toen was er heel veel bloed.”
Richard begreep opeens waarover zijn bijna vierjarige dochter het had. Een paar dagen geleden toen hij en Shanice met Kathleen naar Kimberly was gegaan, was er net een jongetje op de Spoedeisende Hulp binnen gebracht. Het jongetje had onder het bloed gezeten. Kathleen was er nogal van onder de indruk geweest en Richard had haar gezegd dat het jongetje tegen een auto was gebotst maar helemaal beter zou worden.
“Oh ja,” zei hij, omdat hij begreep dat Kathleen deze indrukken moest verwerken en daar ook Hondje voor werd gebruikt. “En dat heeft Hondje nu ook?”
“Ja,” zei Kathleen. “En nu heb ikke… Hondje pijn in zijn buikje.”
Richard nam zijn oudste dochter onderzoekend op. “Dus Hondje heeft pijn in zijn buikje.” Hij wees naar het borstje van zijn dochter. “Heb jij dat ook?”
“Nee Hondje,” zei ze.
“Zal papa even naar je buikje kijken?”
Kathleen schudde wild haar donkere krullen. “Nee.”
Richard zuchtte en kwam overeind. Hij had haar woord niet nodig om te weten dat zijn meisje zich niet zo fit voelde. Maar hij wilde niets forceren en besloot haar vooral in de gaten te houden. Het was vrij normaal dat kinderen allerlei virusjes oppikten, zo bouwden ze weerstand op. En hij was dan ook niet zo van ingrijpen.
“Papa moet wel naar Hondjes buikje kijken,” zei Kathleen.
Richard greep Kathleen’s handje. “Kom dan maar even met papa mee.”
“Gaat papa dan niet naar mijn buikje kijken?” vroeg Kathleen ongerust.
“Nu niet,” stelde Richard haar gerust.
Vader en dochter liepen met Hondje de trap af.

Shanice was zich dit alles niet bewust. Ze was achtergebleven in de kamer van Kimberly.
Ze pakte een stoel, zette deze naast het ledikantje en ging zitten. Onafgebroken keek ze naar haar jongste dochtertje en ze voelde zich heel erg gespannen. Zou het nu allemaal wel goed gaan? Ze was nog zo ongelofelijk klein. Ze was zes weken te vroeg geboren en was nog geen zes weken oud. Maar Martin had hen verzekerd dat Kimberly het leven thuis aan kon. Ze had geen problemen gehad met haar ademhaling, ze kon zichzelf warm houden, ze was over haar grensgewicht heen… Ze hoefde echt niet meer in de couveuse te blijven.

Kathleen gaf Hondje aan Richard en hoestte.
“Gossie,” zei Richard. “Wat hoest Hondje hè?”
“Ja,” zei Kathleen. “Papa moet Hondje beter maken.”
“Ja,” zei Richard en hij pakte de stethoscoop. “Dat moet papa maar doen hè. Heeft Hondje ook pijn?”
“Ja,” zei Kathleen.
“Waar?” vroeg Richard.
“In zijn buikje,” zei Kathleen.
Richard prikte in Kathleen’s buik. “Daar?”
“Nee,” lachte Kathleen en ze hoestte weer.
Richard’s vinger ging naar haar maag. “Daar?”
“Nee,” lachte Kathleen.
Hij wees haar borstje aan. “Daar dan?”
Kathleen knikte.
“Nou, dan moet papa daar maar eens luisteren, hè?”
“Ja,” zei Kathleen. “Bij Hondje hè?”
“En bij jou, wijsneus,” zei Richard. “Je hoest nogal hè.”
“Ik heb niet heel veel bloed hè?” zei ze opeens angstig.
“Zie jij dat dan?” reageerde hij nuchter.
Kathleen moest giechelen. “Nee.”
Richard schoof Kathleen’s hemdje omhoog en luisterde.

Shanice keek naar haar jongste dochtertje en slikte.
Nu was Kimberly dan bij hen thuis. Hier stond geen monitor en er was geen arts die vierentwintig uur over Kimberly waakte.
Shanice’s hart bonkte van angst. Wat als Kimberly wel onderkoeld raakte? Of als ze plotseling stopte met ademhalen? Er moest iemand over haar dochtertje waken. En nu ze niet meer in het ziekenhuis lag moest zij maar over hun kleine meisje waken.

Richard ‘luisterde’ plichtsgetrouw ook bij Hondje en fatsoeneerde daarna de kleding van zijn dochtertje.
“Is Kathleen nu ziek?” vroeg Kathleen ongerust.
“Een klein beetje,” zei Richard die een lichte bronchitis had vastgesteld. Hij vond het niet verontrustend en besloot dat tijmsiroop en Vicks het wel konden oplossen. Hij keek in zijn medicijnkast maar zag beide artikelen niet staan. Hij zuchtte. “Ik denk dat ik even naar de apotheek moet,” zei hij hardop.
“Maar niet naar het ziekenhuis, hè?” zei Kathleen.
“Welnee, malle meid,” zei Richard.
“Hondje ook niet?”
“Hondje ook niet,” zei Richard. “Waar is mama eigenlijk?”
“Dat weet ik heel erg niet,” zei Kathleen ernstig.
“Misschien nog bij Kimberly,” zei Richard.
“Ja,” zei Kathleen. “Ikke zoeken.”
“Wel zachtjes doen, hè?” vroeg Richard.
Kathleen verdween.
Richard moest lachen en ruimde zijn instrumenten op.
Kathleen kwam de praktijkkamer weer binnen stormen.
“Mama is bij Kimberly en Kimberly slaapt.”
“Oh,” zei Richard. “Mama moet nu maar even naar beneden komen want papa moet even naar de apotheek voor hoestdrank.”
“Mama komt niet,” zei Kathleen.
Richard fronste zijn wenkbrauwen. “Mama komt niet?”
“Nee mama zei ik blijf bij Kimberly zitten.”
“Oh,” zei Richard verbaasd. Hij leidde zijn dochtertje uit de praktijkkamer welke hij afsloot. “Ga jij maar even naar de huiskamer. Papa loopt even naar mama.”
De telefoon rinkelde.
Met een zucht nam Richard op. “Hallo?”
“Richie?”
“Justin?” zei Richard verrast.
“Heel goed, big brother,” zei Justin, Richard’s twee jaar jongere broer die een succesvolle advocaat was en ongelukkig in zijn voorspelbare leventje was geweest. Hij was daar uit gestapt en was sindsdien alleen nog maar aan het reizen.
Ze hoorden soms maanden niets van Justin en Richard had hem al jaren niet meer gezien.
“Ik zit bij pa en ma in Brighton en nu ik voor de tweede keer oom ben geworden moet ik maar eens gaan kennis maken met mijn nichtjes. Mag ik?”
“Mag ik?” zei Richard verbijsterd. “ik heb je verdomme al zo’n vijf jaar niet gezien. Wat doe je daar nog? Bel een taxi of wat dan ook en kom hier naar toe.”
Justin lachte. “Stay calm, big brother. Ik kom vanavond pas. Ik ben nu pa aan het helpen met wat schilderwerk aan het huis. Kan ik blijven slapen voor een paar dagen? Je zal geen last van me hebben.”
“Natuurlijk kan dat, broertje,” zei Richard blij. “Tot vanavond dan!”
“See ya,” zei Justin.
Richard legde met een blij gevoel de hoorn neer.

© Marjon 2021

Origineel geschreven  op 25 april 1993 (Richard & Shanice) en herschreven voor //verhalen.op23.nl op muziek van: ABBA (repeat: Cassandra), ABBA (repeat: Soldiers), Lenny Kravitz (repeat: Where are we runnin’)